Blog

De motivering van gunningsbeslissingen

De rechtbank Oost-Brabant heeft begin dit jaar een opvallende uitspraak gedaan over de motivering van gunningsbeslissingen door aanbestedende diensten.[1] Alleen scores delen en toelichten waarom de afgewezen inschrijver geen hogere score heeft gekregen, is volgens de voorzieningenrechter in beginsel onvoldoende om aan te merken als de ‘relevante redenen’ voor de gunningsbeslissing. Het oordeel roept interessante vragen op en de Rechtbank Oost-Brabant lijkt op dit punt scherp aan de wind te zeilen.

De uitspraak

Stichting Amstelwijs (“Amstelwijs”) en Onderwijsgroep Amstelland (“Amstelland”) hebben Europese aanbestedingen voor schoonmaakwerkzaamheden in de markt gezet. Balans Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten B.V. (“Balans”) schrijft in op beide aanbestedingen maar vangt tweemaal bot. De gunningsbeslissing van Amstelwijs bevat de eindscores van Balans met toelichting en de eindscores van de winnende inschrijvers zonder toelichting. De gunningsbeslissing van Amstelland bevat enkel de eindscores van Balans en in het geheel geen toelichting.

Balans maakt bezwaar tegen de gunningsbeslissingen, onder meer omdat deze volgens haar gebrekkig zijn gemotiveerd. De voorzieningenrechter gaat mee in het betoog van Balans, omdat het opnemen van alleen de eindscores van de winnende inschrijving in combinatie met een toelichting op de inschrijving van de afgewezen inschrijver onvoldoende om de afgewezen inschrijver in staat te stellen om doeltreffend beroep tegen de gunningsbeslissing in te kunnen stellen, omdat dit niet kan worden aangemerkt als concrete onderbouwing van de relevante voordelen van de winnende inschrijver. De rechtbank Oost-Brabant gebiedt de aanbesteders de voorlopige gunningsbeslissingen in te trekken.

 

Relevante redenen voor de gunningsbeslissing

Het oordeel dat de motivering van de gunningsbeslissing van Amstelland (de ‘tweede’ aanbesteder) te wensen overlaat met uitsluitend de vermelding van de scores van de afgewezen inschrijver en de geselecteerde inschrijvers op de gunningscriteria, is wat ons betreft in beginsel terecht. Hetzelfde kan echter niet worden gesteld inzake de motivering van de gunningsbeslissing van Amstelwijs.

 

Uit art. 2.130 lid 1 Aw 2012 volgt dat een gunningsbeslissing de relevante redenen voor die beslissing moet bevatten. Blijkens lid 2 van art. 2.130 Aw wordt onder relevante redenen verstaan: de kenmerken en relatieve voordelen van de uitgekozen inschrijving, alsmede de naam van de winnaar. Waar die kenmerken en relatieve voordelen concreet uit bestaan, hangt af van de omstandigheden van het geval. In ieder geval strekt het motiveringsbeginsel niet zó ver dat een aanbesteder ook de eindscores van een winnende inschrijver moet toelichten, zodanig dat daarmee bedrijfsvertrouwelijke informatie wordt gedeeld (zie art. 2:57 Aw 2012). Volgens lagere rechtspraak geldt in zijn algemeenheid dat de relevante redenen in de zin van artikel 2.130 lid 1 Aw de volgende elementen bevatten:

  1. de eindscores van de afgewezen inschrijver;

  2. de eindscores van de geselecteerde inschrijver; en

  3. de scores van de afgewezen inschrijver op specifieke kenmerken (veelal de subgunningscriteria) met een toelichting waarom op dat specifieke kenmerk eventueel niet de maximale score is toegekend.[2]

 

Tegen deze achtergrond lijkt het oordeel van de rechtbank Oost-Brabant dat een gunningsbeslissing onrechtmatig zou zijn als deze geen toelichting bevat op de scores van de winnende inschrijver enigszins vergaand. De hierboven genoemde elementen waren immers vervat in de gunningsbeslissing van Amstelwijs en het uitgangspunt dat de afgewezen inschrijver aan de hand daarvan moet kunnen beoordelen of hij daartegen doeltreffend bezwaar kan maken, was daarmee geborgd.[3] Zoals gezegd, gaat het motiveringsbeginsel niet zo ver dat de inschrijver in staat moet worden gesteld om de beoordeling van de winnende inschrijving integraal te controleren.[4] Kortom, het oordeel van de rechtbank Oost-Brabant dat de motivering van de gunningsbeslissing van Amstelwijs onvoldoende zou zijn om aan te merken als vermelding van relevante redenen, kunnen wij niet goed volgen en wijkt af van andere lagere rechtspraak.

Lessen voor de praktijk

Onderhavig vonnis geeft ervan blijk dat de invulling van het begrip ‘relevante redenen’ in art. 2.130 Aw 2012 zich voor discussie leent. Van belang is met name dat aanbesteders duidelijk en volledig gunningsbeslissingen dienen te motiveren, maar dat in ieder geval niet uit het oog moet worden verloren wat aanbesteders kunnen delen over inschrijvingen van andere deelnemers. Het verstrekken van concurrentiegevoelige informatie dient in ieder geval te worden voorkomen en daarop moeten aanbesteders bedacht zijn. Als er al iets over de inschrijving van een winnaar aan de verliezer zou moeten worden medegedeeld, dient dat in zeer algemene termen plaats te vinden.

* Meer informatie kunt u vinden in de noot bij dit arrest in BR 2026 33

[1] Rb. Oost-Brabant 27 januari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:476.

[2] Rb. Den Haag 10 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:440; Rb. Midden-Nederland 24 april 2025,

ECLI:NL:RBMNE:2025:2040 en Rb. Overijssel 21 mei 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:3248.

[3] De Jong, in: T&C Aanbestedingsrecht, commentaar op art. 2.130 Aw 2012; Kamerstukken II 2008/09, 32027, nr. 3, p. 6 (MvT) en Rb. Midden-Nederland 24 april 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2040, r.o. 3.6.

[4] Rb. Overijssel 21 mei 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:3248, r.o. 4.16.