Het activiteitencriterium bij quasi-inbesteden
Op 15 januari 2026 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie) een belangrijk aanbestedingsrechtelijk arrest gewezen over de vereisten van een quasi-inbesteding. Met dit arrest is een van deze vereisten verduidelijkt, namelijk het activiteitencriterium. Het arrest betreft een Nederlandse zaak en omvat antwoorden op prejudiciële vragen die voortkomen uit de gerechtelijke procedure die door AVR-Afvalverwerking B.V. (hierna: AVR) is geïnitieerd. In de kern protesteert deze onderneming tegen de opdrachtverlening tot afvalverwerking door diverse gemeenten, via een gemeenschappelijke vennootschap én N.V. Irado (hierna: Irado), aan Afvalsturing Friesland B.V. (hierna: AF) (een zgn. (drie)dubbele quasi-inbesteding). Dat deze gerechtelijke procedure in deze sector is ontstaan, is niet verrassend te noemen. Juist op de markt van afvalverwerkingsbedrijven bevindt zich een mix van private en publieke ondernemingen. In deze bijdrage gaan wij in op: i) de vereisten van een quasi-inbesteding; ii) de nationale uitspraken die aan het arrest van 15 januari 2026 van het Hof van Justitie zijn voorafgegaan; iii) dit arrest zelf; en iv) ons commentaar hierop.