Handreiking oprichting warmtebedrijf voor gemeenten
Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) heeft in december 2025 de Handreiking oprichting warmtebedrijf voor gemeenten gepubliceerd. Deze handreiking is tot stand gekomen met juridische ondersteuning van ons kantoor, in samenwerking met Ohmann Notariaat.
In dit blog nemen wij u kort mee in de inhoud van de handreiking, bedoeld om gemeenten een praktische leidraad te verschaffen bij de vraag of en hoe een warmtebedrijf kan worden opgericht of vormgegeven.
1. Klimaatakkoord
Met het Klimaatakkoord uit 2019 hebben de (Rijks)overheid, ondernemingen en maatschappelijke organisaties afgesproken dat alle gebouwen in Nederland in 2050 aardgasvrij moeten zijn. Deze doelstelling brengt een behoorlijke opgave met zich, waaronder dat in 2030 minimaal 1,5 miljoen woningen en gebouwen moeten worden verduurzaamd en/of aardgasvrij moeten zijn. Om dit te bereiken zullen warmtenetten moeten worden gerealiseerd.
Met de Wet collectieve warmte (Wcw) is er in dit proces een belangrijke regierol voor gemeenten weggelegd. Zij hebben de taak om, in samenwerking met bewoners, gebouweigenaren en andere betrokkenen, een collectief warmtesysteem te ontwikkelen en te realiseren. Voor deze ontwikkeling en realisatie geldt een nieuw stelsel van wet- en regelgeving, waardoor gemeenten te maken krijgen met nieuwe bevoegdheden, zoals het (mede)oprichten van een warmtebedrijf en/of het houden van aandelen in dit bedrijf.
2. Handreiking
Om gemeenten te ondersteunen bij het aanwenden van deze nieuwe bevoegdheden, heeft het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) recentelijk de Handreiking oprichting warmtebedrijf voor gemeenten gepubliceerd. Van der Feltz advocaten heeft bijgedragen aan de totstandkoming van deze handreiking.
In deze handreiking is onder meer het relevante juridisch kader voor de oprichting van een warmtebedrijf uiteengezet. Uit de Wcw volgt namelijk een gebiedsgerichte aanpak, waarin een gemeente een belangrijke regierol heeft. Alleen of samen met een andere gemeente wijst een gemeente een warmtekavel aan voor een collectief warmtesysteem, zijnde een systeem waarbij een of meerdere warmtebronnen met een warmtenet worden ontsloten om warmte te gaan leveren. Vervolgens wijst een gemeente het warmtebedrijf aan dat de exclusieve taak krijgt om dit warmtesysteem aan te leggen, te beheren en te onderhouden. Hierbij is tevens relevant welke vorm van aandeelhouderschap voor het publieke warmtebedrijf wordt gekozen, en in de vorm de gemeente het warmtebedrijf opricht. Nadat de gemeente een geschikt model heeft gekozen voor het warmtebedrijf, dient een besluitvormingsprocedure te worden doorlopen.
De Wcw (en de Wgiv) schrijven onder andere voor dat de gemeente een participatieproces doorloopt, waarbij wijk voor wijk in overleg met de bewoners en gebouweigenaren wordt afgewogen welk warmtealternatief het beste aansluit bij de wijk en wanneer de overgang vanuit aardgas wordt gemaakt. Wanneer dit proces eenmaal is doorlopen, dient de gemeente zich te buigen over de vormgeving van de governance van het warmtebedrijf. Het laatste hoofdstuk van de handreiking bevat dan ook meerdere modellen voor de inrichting van de statuten en aandeelhoudersovereenkomsten van een op te richten warmtebedrijf.
3. Tot slot
Gelet op het voorgaande, zijn er vele keuzes te maken voor het oprichten en vormgeven van een warmtebedrijf door gemeenten. De handreiking is dan ook bedoeld om gemeenten vooruit te helpen met de (eerste) stappen voor de oprichting van een warmtebedrijf. Te allen tijde zal een gemeente na de eerste stappen op basis van deze handreiking, nader de governance moeten inrichten en uitwerken (NB. de handreiking is niet ervoor bedoeld het gehele proces uitputtend te regelen). Van der Feltz advocaten heeft uitgebreide expertise op gebied van de energietransitie en de daarbij horende uitdagingen.
Heeft u vragen over de Wet collectieve warmte (Wcw) of andere vragen met betrekking tot de warmtetransitie? Neem dan contact op met één van de onderstaande advocaten: