Gedaagde Nederlandse entiteiten kunnen niet worden aangemerkt als ankergedaagden; geen onderbouwing of rechtvaardiging deze entiteiten in rechte te betrekken
De rechtbank komt tot het oordeel dat de Nederlandse gedaagde entiteiten niet als ankergedaagden kunnen dienen voor vorderingen tegen de overige gedaagden (uit Portugal, Brazilië en in Zwitserland). Er is geen onderbouwing of rechtvaardiging te vinden in de stellingen waarom Inpar c.s. (de Nederlandse entiteiten) in deze procedure zijn betrokken. Zij zijn kennelijk slechts zijn gedagvaard om rechtsmacht van de Nederlandse rechter te creëren. Eiseressen zijn niet-ontvankelijk in hun vordering jegens de Nederlandse gedaagden.
Er is sprake van misbruik van (proces) recht jegens Inpar c.s. en dat leidt tot niet-ontvankelijkheid in de vorderingen op de Nederlandse gedaagden; daardoor eindigt ook de procedure tegen de andere gedaagden. Eiseressen worden veroordeeld in de proceskosten begroot op basis van een hoger (dan gebruikelijk) tarief.