Rechtsbescherming in hoger beroep. Ernstige beroepsfout.
De gemeente Rotterdam heeft een opdracht voor doelgroepenvervoer aan RMC Rotterdam B.V. voorlopig gegund. De als tweede en derde geëindigde inschrijvers vorderden in eerste aanleg intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing, onder meer omdat RMC Rotterdam B.V. haar jaarrekeningen gedurende meerdere jaren te laat had gedeponeerd hetgeen volgens hen een ernstige beroepsfout zou opleveren. Na afwijzing van hun vorderingen sloot de gemeente Rotterdam de overeenkomst met RMC Rotterdam B.V.
Het hof oordeelt dat de gesloten overeenkomst slechts kan worden aangetast op de beperkte gronden die volgen uit het Xafax-arrest. De contractuele bevoegdheid van de gemeente Rotterdam om de overeenkomst te beëindigen indien alsnog een uitsluitingsgrond van toepassing blijkt te zijn, geeft volgens het hof de verliezende inschrijvers geen recht om beëindiging af te dwingen.
Vanwege de voor de verliezende inschrijvers nadelige proceskostenveroordeling in eerste aanleg beoordeelt het hof vervolgens of RMC Rotterdam B.V. wegens een ernstige beroepsfout had moeten worden uitgesloten. De Gemeente kon in redelijkheid van uitsluiting afzien, gelet op i) het ontbreken van een direct verband tussen het depotverzuim en de opdracht, ii) de door RMC Rotterdam B.V. getroffen zelfreinigende maatregelen en iii) de proportionaliteit van uitsluiting.