Ruben Wiegerink

Partner
Portret

Ruben Wiegerink is als advocaat gespecialiseerd in civiele procedures, onteigeningsrecht, overheidsprivaatrecht en staatssteunrecht.

Ruben heeft als allround fiscalist heeft hij veel ervaring met zowel rijksbelastingen als belastingen van lagere overheden. Hij is bevoegd om op te treden als cassatieadvocaat in civiele procedures bij de Hoge Raad.


Wat betreft cassaties kan Ruben bogen op bijzondere ervaring: voor toetreding tot Van der Feltz werkte hij negen jaar als (cassatie)advocaat bij een groot advocatenkantoor en daarvoor was hij zeven jaar in dienst bij het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad.


Ruben fungeert graag als sparringpartner als collega-advocaten een cassatieprocedure overwegen. In zijn advisering over de kans van slagen van een eventuele cassatieprocedure is Ruben proactief. Hij stelt zijn cliënt in staat om een goede afweging te maken voordat die beslist al dan niet in cassatie te gaan.


Ruben heeft oog voor detail, begrijpt complexe instructies en constructies en is altijd vastbesloten om de kwaliteit van zijn werk op hoog niveau te houden. Hij kan goed werken binnen krappe deadlines. Gedegen dienstverlening zit hem in het bloed.

Werkzaam in de sectoren

Werkzaam in de rechtsgebieden

Ervaring

Voeren van een principiële cassatieprocedure

over een privaat-publieke samenwerking tussen een projectontwikkelaar en een gemeente. Hier ging het om de uitleg van een overeenkomst over de aanleg van een woonwijk.

In meerdere instanties procederen

over de heffing van precariobelasting over ondergrondse leidingen door een gemeente. Hierbij kwam onder meer aan de orde of er privaatrechtelijke toestemming was gegeven voor de aanwezigheid van de leidingen, als gevolg waarvan de heffing niet kon worden opgelegd. Ook werd de vraag beantwoord of de gehanteerde tarieven door de beugel konden.

Procederen

voor een gemeente over de vraag of de gemeente onrechtmatig handelde door tijdens een gesprek met een ondernemer aan te geven dat de ondernemer maatregelen moest treffen, omdat anders zijn onderneming moest worden gestaakt. Bij deze zaak kwamen allerlei aspecten van overheidsaansprakeljkheid en de samenloop met het bestuursrecht aan bod.

Adviseren

over de kwestie of de gemeentelijke aankoop van vastgoed boven de marktwaarde ontoelaatbare staatssteun zou opleveren. Hierbij werd onder meer ingegaan op de diverse mogelijkheden die de gemeente voorhanden had om staatssteun te voorkomen, waaronder een beroep op de de-minimisverordening.

Voeren van een procedure

voor De Nederlandsche Bank over heffingen met betrekking tot financieel toezicht. De voornaamste vraag was of de Wet bekostiging financieel toezicht (Wbft) en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving voorzagen in een heffingsbevoegdheid. Daarnaast kwamen aspecten van Europees recht aan bod. De zaak heeft geleid tot de principiële uitspraak van het CbB van 18 september 2018, ECLI:NL:CBB:2018:475. De aangevallen uitspraak werd vernietigd.

Lidmaatschappen

  • Lid van de Vereniging van Civiele Cassatieadvocaten
  • Lid van de Vereniging van Onteigeningsadvocaten
  • Lid van de Vereniging voor Onteigeningsrecht
  • Lid van de Vereniging voor Belastingwetenschap
  • Lid van de Nederlandse Vereniging van Advocaten-Belastingdeskundigen

Publicatie