Rechtsgebied

Cassatieprocedures

Onze cassatieadvocaten hebben jarenlange ervaring in het voeren van cassatieprocedures. Zij zijn gespecialiseerd in civiele procedures, vooral binnen het onteigeningsrecht, het overheidsprivaatrecht, aanbestedingsrecht, verbintenissenrecht, bouwrecht, huurrecht en het belastingrecht (rijksbelastingen en belastingen van lagere overheden). Onze cassatieadvocaten worden vaak ingeschakeld om mee te kijken in de procedure in feitelijke instanties. Zo wordt een optimale uitgangspositie gecreëerd voor een toekomstige cassatieprocedure.

Onze dienstverlening

Onze cassatieadvocaten voeren graag cassatieprocedures en hebben daar ruime ervaring in. Zij staan zowel eisende als verwerende partijen bij in cassatie. Maar hun werkzaamheden omvatten veel meer dan alleen het procederen bij de Hoge Raad. Zo brengen zij cassatieadviezen uit en kijken zij mee in procedures bij de feitenrechter. Alles met het oog op een zo gunstig mogelijk resultaat voor de cliënt.
Als de Hoge Raad een uitspraak van het gerechtshof casseert, verwijst de Hoge Raad de zaak bijna altijd naar een ander gerechtshof. De advocaat in feitelijke instanties pakt de zaak dan weer op, desgewenst natuurlijk met bijstand van onze cassatieadvocaten.

Cassatieadvies

Een cassatieadvocaat is verplicht om voorafgaand aan het instellen van het cassatieberoep een cassatieadvies uit te brengen. Het advies voorkomt dat nodeloos kosten worden gemaakt voor een cassatieberoep waarvan op voorhand duidelijk is dat dit geen reële slagingskans heeft. Ook in zaken waarin de wederpartij cassatieberoep heeft ingesteld, wordt een advies uitgebracht voorafgaand aan het verweerschrift. Dat verweeradvies heeft vaak mede tot doel om te onderzoeken of er aanknopingspunten zijn voor een door de cliënt in te stellen (incidenteel) cassatieberoep.
Vaak wordt bij het uitbrengen van een cassatieadvies op basis van een 'fixed fee’ (vaste prijsafspraak) gewerkt, zodat de kosten op voorhand inzichtelijk zijn. Onze cassatieadvocaten werken gedurende het cassatietraject graag samen met de advocaat in feitelijke instanties, opdat een voor de cliënt zo optimaal mogelijk eindresultaat wordt bewerkstelligd.

Second opinion

Indien u een cassatieadvies heeft ontvangen van een andere cassatieadvocaat, kunt u bij onze cassatieadvocaten een second-opinion aanvragen. Wij maken dan een beoordeling van het oorspronkelijke cassatieadvies en de daarin gemaakte analyse van de kansen in cassatie. Tot slot concluderen of wij het eerdere advies onderschrijven of wij alsnog mogelijkheden zien om een cassatieberoep in te stellen. Vaak komt een second opinion onder tijdsdruk tot stand, omdat er een beperkte termijn is om cassatieberoep in te stellen.

Advies in hoger beroep – sparringpartner

Gedurende de procedure in feitelijke instantie fungeren wij graag als sparring-partner van de advocaat in feitelijke instanties. Intercollegiaal overleg kan zeer nuttig zijn om tunnelvisie te voorkomen en het vier-ogen-principe te waarborgen. Voorziet u dat een zaak (mogelijk) in cassatie terecht komt, dan loont het de moeite om concepten van processtukken uit de feitelijke procedure door onze cassatieadvocaten te laten beoordelen. Wij adviseren wij veelvuldig in lopende procedures voor de feitenrechter, met aandacht voor de procestactiek. Onze cliënten verkrijgen op die manier een zo gunstig mogelijke uitspraak en verwerven ook de beste uitgangspositie in een eventuele latere cassatieprocedure.

Wat is de cassatieprocedure?

Tegen een uitspraak van het gerechtshof in hoger beroep kan in civiele en belastingzaken beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (de Hoge Raad).

De cassatieprocedure heeft een bijzonder karakter, omdat de Hoge Raad bij de beoordeling van een zaak is gebonden aan de feiten zoals vastgesteld door het gerechtshof en de rechtbank. De Hoge Raad kan uitspraken alleen vernietigen (casseren) wanneer sprake is van strijd met het recht of vanwege vormverzuimen in eerdere instanties. Vaak gaat het in deze gevallen om een onvoldoende of ondeugdelijke motivering van de uitspraak van het gerechtshof. De behandeling van en advisering over zaken die aan de Hoge Raad worden voorgelegd, vormen daarom een specialisme op zich. Alleen advocaten die de hoedanigheid van “advocaat bij de Hoge Raad” hebben, mogen cassatieprocedures in civiele zaken voeren.

De cassatietermijn

De termijn voor het instellen van een cassatieberoep in civiele procedures bedraagt in beginsel 3 maanden. Kortgedingprocedures kennen een cassatietermijn van slechts 8 weken. In faillissementszaken is deze termijn zelfs nog korter: 8 dagen. In civiele cassatieprocedures kan niet worden volstaan met een pro forma cassatieberoep. De cassatieklachten dienen in het eerste processtuk (“de procesinleiding”) te worden opgenomen. Het is dan ook aan te bevelen om de cassatieadvocaat in een zo vroeg mogelijk stadium in te schakelen om de kansen van een cassatieprocedure te beoordelen.

Vorderingszaken

In een dagvaardingsprocedure dient na het arrest door het gerechtshof binnen de hiervoor genoemde termijn een procesinleiding in cassatie met de cassatieklachten te worden ingediend bij de Hoge Raad. Dat gebeurt in het webportaal van de Hoge Raad, nu de procedure in cassatie geheel digitaal verloopt. Vervolgens stelt de Hoge Raad een termijn vast waarbinnen de partijen een schriftelijke toelichting kunnen indienen op het cassatieberoep. Vervolgens wordt de verwerende partij in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Ook bepaalt de Hoge Raad een roldatum waarop partijen moeten verschijnen. Beide partijen krijgen tot slot een termijn van twee weken om vervolgens een conclusie van repliek en dupliek te nemen.

Vervolgens neemt de Advocaat-Generaal een conclusie. Dat is een rechtsgeleerd advies aan de Hoge Raad over de zaak. In de conclusie concludeert de Advocaat-Generaal doorgaans tot vernietiging van het arrest of tot verwerping van het cassatieberoep. Partijen mogen hier binnen twee weken vanaf de conclusie op reageren in een zogenoemde Borgersbrief. Vervolgens wijst de Hoge Raad op een nader bepaalde datum arrest. Daarbij kan de Hoge Raad, indien hij het cassatieberoep niet verwerpt, de zaak terugverwijzen naar het gerechtshof, of zelf afdoen. Indien de zaak wordt verwezen, bevindt deze zich in dezelfde fase als voor het wijzen van het oorspronkelijke appelarrest. Wanneer de Hoge Raad de zaak (terug)verwijst naar een (ander) gerechtshof, kijken wij ook graag mee.

Verzoekzaken

In het geval van een cassatieberoep in een verzoekschriftprocedure, dient na het arrest een procesinleiding te worden ingediend bij de Hoge Raad. Deze procesinleiding moet zowel de cassatieklachten als de toelichting daarop bevatten. Een verweerschrift bevat dus ook – in beginsel – alle volledige standpunten van de verwerende partij ten aanzien van het cassatieberoep, inclusief eventuele incidentele cassatiemiddelen. Ook in de verzoekschriftprocedure neemt een Advocaat-Generaal een conclusie, waarna partijen binnen twee weken een zogenaamde Borgersbrief mogen indienen. Dat is een korte reactie op de conclusie, waarin kritische kanttekeningen bij de conclusie kunnen worden gemaakt. Vervolgens wijst de Hoge Raad op een nadere datum arrest. Opnieuw kan de Hoge Raad daarbij het cassatieberoep verwerpen of het arrest vernietigen. Indien het arrest wordt vernietigd kan de Hoge Raad de zaak terugverwijzen of zelf afdoen.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad wijst vaak inhoudelijk gemotiveerde arresten en geeft beschikkingen waarin een rechtsregel wordt gegeven die ook in andere gevallen geldt. Als de Hoge Raad echter van oordeel is dat het cassatieberoep niet slaagt en er geen sprake is van te beantwoorden rechtsvragen, kan hij een verkorte uitspraak doen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) kan de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren wanneer de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de indiener van het cassatieberoep daar onvoldoende belang bij heeft of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Ook kan de Hoge Raad, als hij wel tot een inhoudelijke beoordeling komt, volstaan met het oordeel dat een aangevoerde klacht niet tot cassatie kan leiden en niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, op grond van artikel 81 RO. In deze gevallen hoeft de Hoge Raad haar beslissing niet te motiveren. Het toetsingskader in cassatie verschilt sterk van dat voor de feitelijke instanties. Het is dus van belang om – zowel in het cassatietraject als daarvoor – uiterst zorgvuldig te procederen.

Prejudiciële procedure

Op grond van artikel 81a RO mogen kantonrechters, rechtbanken en gerechtshoven prejudiciële vragen stellen aan de Hoge Raad. Rechters maken gebruik van deze gelegenheid indien hen een principieel oordeel wordt gevraagd, waar de rechtspraak nog geen (eenduidig) antwoord op heeft.

gegeven. Voorwaarde is dat deze vraag in een groot aantal zaken moet spelen. Partijen – en in sommige gevallen derden – kunnen opmerkingen indienen over deze prejudiciële vragen en de mogelijke antwoorden of de daarbij te betrekken aspecten. Is in uw zaak een prejudiciële vraag gesteld? Of in een zaak die voor u van belang is? Dan kunnen onze cassatieadvocaten u voorzien van de benodigde juridische expertise om een opmerking in te dienen, zodat een eventueel antwoord u in een zo gunstig mogelijke positie brengt.

Ruben Wiegerink over mijlpaalarresten binnen het procesrecht

Ruben Wiegerink bespreekt in onderstaande video's verschillende mijlpaalarresten binnen het procesrecht. In elke video bespreekt hij vijf verschillende arresten, variërend van 40 jaar oude arresten tot recente rechtspraak. Hij vertelt wat de Hoge Raad heeft beslist, waarom deze arresten zo belangrijk zijn en plaatst ze in een kader.

Track record

Ervaringen uit de praktijk

Case 1

Voeren van een principiële cassatieprocedure over een privaat-publieke samenwerking tussen een projectontwikkelaar en een gemeente. Hier ging het om de uitleg van een overeenkomst over de aanleg van een woonwijk.

Case 2

Procederen voor een gemeente over de vraag of de gemeente onrechtmatig handelde door tijdens een gesprek met een ondernemer aan te geven dat de ondernemer maatregelen moest treffen, omdat anders zijn onderneming moest worden gestaakt. Bij deze zaak kwamen allerlei aspecten van overheidsaansprakelijkheid en de samenloop met het bestuursrecht aan bod.